Herdenking & Geschiedenis

Het slavernijverleden: een beknopte geschiedenis

Het Nederlandse slavernijverleden begon in het begin van de 17e eeuw, toen handelsmaatschappijen zoals de West-Indische Compagnie (WIC) en de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) mensen tot slaaf maakten en inzetten in een wereldwijde economie van uitbuiting.

Belangrijke jaartallen & momenten

Afrika vóór de slavenhandel

Voordat de Europeanen arriveerden, hadden West-Afrikaanse koninkrijken zoals Songhai, Mali, Benin en Kongo rijke culturen, vorsten en complexe systemen. Kunst, wetenschap en technologie bloeiden, waaronder geneeskunde, wiskunde en astronomie. Ze maakten luxegoederen van brons, ivoor, goud en terracotta. De handel met Europeanen begon in de 15e eeuw met de Portugezen, waarbij goud, ivoor en specerijen werden verhandeld, maar ook Afrikanen werden gekocht en ontvoerd. In de 17e eeuw werd slavernij centraal vanwege de vraag naar suiker.

De transatlantische slavenhandel

Tussen 1525 en 1867 vervoerden Europeanen miljoenen Afrikanen in de transatlantische slavenhandel. De Nederlanders vervoerden via de West-Indische Compagnie meer dan 600.000 Afrikanen. Curaçao en Sint Eustatius waren doorvoerpunten en plantages. De overtocht was dodelijk: één op de zeven slaven stierf. In Suriname werkten velen op suikerplantages; sommigen ontsnapten en vormden marrongemeenschappen die zich verzetten tegen de slavernij. De inheemse bevolking leed enorm, maar hun culturen bleven bestaan door creolisering, een vermenging van Afrikaanse, Europese, Aziatische en inheemse invloeden die nog steeds zichtbaar is.

Thico op Aruba

In 1795 kwam Thico, een slaaf die eigendom was van de staat, openlijk in opstand tegen de slavernij op Aruba. Hij weigerde verder te dienen en eiste zijn vrijheid. Thico werd gearresteerd en naar Curaçao gestuurd. Omdat hij zich bleef verzetten, werd hij gedwongen om in Fort Amsterdam te werken. Zijn moedige protest, vlak voor de opstand van Tula op Curaçao, maakt hem tot een van de eerste vrijheidsstrijders van Aruba.

Martis di Katalina Janga op Bonaire

In 1834 leidde Martis di Katalina Janga een opstand op Bonaire tegen de wrede arbeidsomstandigheden in de zoutpannen. Slaven moesten dagelijks urenlang lopen in extreme hitte onder gewelddadige opzichters. Onder leiding van Martis eisten ze een gelijke behandeling. De opstand duurde ongeveer een week en markeerde een belangrijk moment van verzet in de geschiedenis van Bonaire. Zijn daden worden nog steeds herinnerd als een symbool van de strijd tegen onrechtvaardigheid.

Tula op Curaçao

Op 17 augustus 1795 leidde Tula de grootste slavenopstand op Curaçao. Hij werkte op de Kenepa-plantage en eiste samen met tientallen anderen de vrijheid van hun eigenaar. De opstand groeide uit tot ongeveer tweeduizend mensen. Tula werd gevangengenomen en op brute wijze geëxecuteerd. In 2010 werd hij erkend als nationale held en in 2023 officieel gerehabiliteerd. Zijn strijd wordt elk jaar op 17 augustus herdacht tijdens Dia di lucha pa libertat – de Dag van de Vrijheidsstrijd.

Boni, Baron en Joli Coeur in Suriname

Boni, geboren onder de Marrons in Suriname, werd de leider van een guerrillagroep die plantages aanviel en slaven bevrijdde uit Fort Boekoe. In 1772 bevrijdde hij zeventig mensen van de Poelwijk-plantage. Samen met zijn medestrijders Baron en Joli-Coeur verzette hij zich jarenlang tegen de koloniale macht. Hun acties maakten hen tot legendarische vrijheidsstrijders in de geschiedenis van Suriname.

One Tété Lohkay op Sint Maarten

One-Tété Lohkay was een tot slaaf gemaakte vrouw op Sint Maarten die meerdere keren probeerde te ontsnappen. Als straf werd een van haar borsten afgesneden, waardoor ze de bijnaam ‘One-Tété’ kreeg. Ondanks deze gruwelijke straf bleef ze zich verzetten en werd ze een symbool van vrijheid. Haar moed en vastberadenheid worden geëerd op Emancipation Day op Sint Maarten, waar ze wordt gevierd als een heldin van het verzet tegen de slavernij.

Slaven ontsnappen uit Saba

In 1654 kaapten veertien slaven op Saba een schip en vluchtten naar Puerto Rico, in de hoop daar vrijheid te vinden. Helaas werden ze daar opnieuw tot slaaf gemaakt. Eeuwen later, rond 1860, verkochten slavenhouders op Saba veel van hun slaven aan Amerikaanse plantages. Tientallen vluchtten om dit lot te ontlopen. Deze verhalen tonen het aanhoudende verzet tegen slavernij, zelfs op kleine eilanden als Saba.

Slavenopstand op Statia

Op 12 juni 1848 eisten slaven op Sint Eustatius vrijheid, betere voedselrantsoenen en rustperiodes. Toen de lokale gouverneur weigerde, escaleerde het protest. De militie opende het vuur; sommige rebellen werden gedood of gewond. Zes leiders, onder wie Thomas Dupersoy, werden verbannen. Na de opstand begonnen plantage-eigenaren lonen aan te bieden om verdere onrust te voorkomen. Het was een krachtige daad van verzet tegen de koloniale onderdrukking op het kleine eiland.

Emancipatie

In 1863 werd de slavernij in Suriname en het Nederlandse Caribisch gebied afgeschaft, waarmee de emancipatie begon. In 1954 ondertekenden Nederland, de Nederlandse Antillen en Suriname het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarmee hun onderlinge relaties werden vastgelegd. Efraïn Jonckheer ondertekende het Statuut en Suriname werd een deelstaat. Suriname werd in 1975 onafhankelijk, Aruba kreeg in 1986 een aparte status en in 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden: Curaçao en Sint Maarten werden autonome landen, terwijl Bonaire, Saba en Sint Eustatius speciale gemeenten van Nederland werden.

Excuses van Nederland voor het slavernijverleden

Op 19 december 2022 bood de Nederlandse premier Mark Rutte officieel excuses aan voor de rol van de Nederlandse staat in de slavernij. Nederlandse functionarissen waren ook aanwezig op alle 6 de Caribische eilanden en in Suriname om excuses aan te bieden. Premier Mark Rutte vertelde dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is die enorm veel leed heeft veroorzaakt en nog steeds van invloed is op het leven van mensen. Eeuwenlang heeft de Nederlandse staat slavernij mogelijk gemaakt, in stand gehouden en ervan geprofiteerd. Mensen werden onder Nederlands gezag als handelswaar behandeld en misbruikt. Opeenvolgende regeringen na 1863 hebben nagelaten de blijvende impact van deze geschiedenis volledig te erkennen.